Citaat | Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 40 Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2772.
3.5 Middel III klaagt dat het Hof - mede gezien de inhoud van en de toelichting op grief I - ten onrechte het eindvonnis van de Rechtbank heeft bekrachtigd voor zover de man daarbij is veroordeeld ter zake van de verrekening ƒ 8.101,-- aan de vrouw te voldoen, en aldus heeft miskend dat, zoals de Hoge Raad heeft aanvaard in zijn arrest van 27 november 1981, nr. 11708, NJ 1982, 503, verrekening ter zake van het ouderdomspensioen gezien de eisen van redelijkheid en billijkheid in de regel slechts kan plaatsvinden door aan de pensioengerechtigde echtgenoot een voorwaardelijke uitkering op te leggen, die aan het leven van beide echtgenoten gebonden is, opeisbaar wordt naar mate de pensioentermijnen opeisbaar worden en die kan worden uitgedrukt in een percentage daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20398de2b8add7008882aaa0cff9d1fef2613e4c72933e243955b710c11d9348. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20398de2b8add7008882aaa0cff9d1fef2613e4c72933e243955b710c11d9348, en de alinea staat in dat document op bytes 11174 tot 11964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20398de2b8add7008882aaa0cff9d1fef2613e4c72933e243955b710c11d9348 | shasum -a 256