Citaat | Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 41 Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2772.

Het middel slaagt. In eerste aanleg heeft de man gesteld dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen sprake kon zijn van contante afrekening, zoals door de vrouw gevorderd, doch hooguit van toedeling van een voorwaardelijk recht op basis van een contante waarde van ƒ 8.101,-- en dat derhalve de vordering van de vrouw voor afwijzing gereed lag. Met zijn eerste grief is de man onder meer opgekomen tegen de verwerping van deze stelling. Het Hof is - op gronden die blijkens het hiervoor in 3.4 overwogene ondeugdelijk zijn - aan deze essentiële stelling voorbijgegaan, en heeft aldus zijn door het middel bestreden beslissing niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20398de2b8add7008882aaa0cff9d1fef2613e4c72933e243955b710c11d9348. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20398de2b8add7008882aaa0cff9d1fef2613e4c72933e243955b710c11d9348, en de alinea staat in dat document op bytes 11972 tot 12674.