Citaat | Hoge Raad 26 oktober 2001
Alinea 37 Hoge Raad 26 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2775.
3.3.1 Onderdeel 1 betoogt dat voormeld oordeel van het Hof onjuist is, omdat de wetgever ervoor heeft gekozen aan nabestaanden geen recht op vergoeding van immateriële schade veroorzaakt door het overlijden van een dierbare toe te kennen. Het onderdeel wijst daarbij erop dat in art. 6:108 BW limitatief is opgesomd welke personen een vorderingsrecht toekomt en van welke schade vergoeding kan worden gevorderd ingeval van het overlijden van iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. Immateriële schade hoort daar niet bij; ook het bestaan van de regel neergelegd in art. 6:106 lid 1, aanhef en onder a, kan daarin geen verandering brengen, aldus - samengevat weergegeven - het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/194c12e961ea604b34d3a68fb3e006984f8a7b152b3377d04aa385a144599197. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 194c12e961ea604b34d3a68fb3e006984f8a7b152b3377d04aa385a144599197, en de alinea staat in dat document op bytes 10074 tot 10811.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/194c12e961ea604b34d3a68fb3e006984f8a7b152b3377d04aa385a144599197 | shasum -a 256