Citaat | Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 38 Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2775.

3.3.2 Het onderdeel faalt. Art. 6:95 BW bepaalt dat schade die bestaat in ander nadeel dan vermogensschade slechts kan worden vergoed voorzover de wet op vergoeding daarvan recht geeft. In art. 6:106 BW is vervolgens aangegeven in welke gevallen een recht op vergoeding van immateriële schade bestaat. Het Hof heeft geoordeeld - welk oordeel naar uit het hierna overwogene zal blijken in cassatie tevergeefs wordt bestreden - dat [eiser] bij de door hem gepleegde daad het oogmerk had nadeel dat niet in vermogensschade bestaat toe te brengen aan [verweerster]. Op deze situatie is art. 6:106 lid 1, aanhef en onder a BW, direct van toepassing. Blijkens de geschiedenis van haar totstandkoming strekt deze bepaling in het bijzonder ertoe het geschokte rechtsgevoel te bevredigen. Daarbij is bijvoorbeeld gedacht aan het beschadigen of vernielen van een zaak met het oogmerk daarmee immateriële schade toe te brengen (Parl. Gesch. Boek 6, blz. 380). Eens te meer zal dan ook in een geval als het onderhavige dienen te gelden dat aanspraak op vergoeding van immateriële schade bestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/194c12e961ea604b34d3a68fb3e006984f8a7b152b3377d04aa385a144599197. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 194c12e961ea604b34d3a68fb3e006984f8a7b152b3377d04aa385a144599197, en de alinea staat in dat document op bytes 10850 tot 11949.