Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2001

Alinea 24 Hoge Raad 2 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2806.

Dit verweer miskent dat bij een delict als mensenhandel het verheimelijken van de eigen bedoeling - een ander tot prostitutie brengen - juist een kenmerk is van de misleiding. De door verdachte gebezigde en door het hof bewezenverklaarde middelen - hun voorhouden dat hij een relatie aan wilde gaan, hun vertellen dat hij verdachte zeer rijk was en/of het schrijven van liefdesbrieven - waren naar het oordeel van het hof geëigend om die vrouwen te misleiden, hetgeen nog eens wordt bevestigd door de overkomst naar Nederland van [betrokkene A]".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16c6287750586cd022fc874e7adc479273b8992d757f35f3900ae99df4a3d2c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16c6287750586cd022fc874e7adc479273b8992d757f35f3900ae99df4a3d2c5, en de alinea staat in dat document op bytes 8429 tot 8989.