Citaat | Hoge Raad 2 oktober 2001

Alinea 35 Hoge Raad 2 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 2 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2806.

4.7. Voorzover het middel nog stelt dat het enkele schrijven van liefdesbrieven een voorbereidingshandeling behelst en geen op voltooiing van het delict gericht begin van uitvoering, gaat het uit van een onjuiste lezing van het arrest van het Hof. Uit de samenhang met de door het Hof vastgestelde feiten blijkt dat de geschreven brieven ook verzonden zijn, zodat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16c6287750586cd022fc874e7adc479273b8992d757f35f3900ae99df4a3d2c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16c6287750586cd022fc874e7adc479273b8992d757f35f3900ae99df4a3d2c5, en de alinea staat in dat document op bytes 11235 tot 11660.