Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2001

Alinea 20 Hoge Raad 9 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2875.

3.2. Op het opzettelijk niet tijdig doen van aangifte voor de inkomstenbelasting over het jaar 1997, is art. 68, eerste en tweede lid, AWR zoals dit gold tot de inwerkingtreding op 1 januari 1998 van de Wet van 18 december 1997, Stb. 1997, 737 van toepassing. Immers ingevolge art. I van die Wet van 18 december 1997, Stb. 1997, 737, kan het in art. 69 AWR voorziene strafbare feit, zoals vervat in de Wet van 18 december 1997, Stb. 1997, 738 en zoals de omschrijving daarvan is komen te luiden volgens de aan het slot van art. I van de Wet van 18 december 1997, Stb. 1997, 737 opgenomen tekst, eerst in aanmerking worden genomen - voorzover nu van belang - voor aangiften die betrekking hebben op tijdvakken die aanvangen op of na de datum van inwerkingtreding. Aldus is bepaald in art. III van de Wet van 18 december 1997, Stb. 1997, 738, zoals dit is komen te luiden in de in de Wet van 18 december 1997, Stb. 1997, 737, opgenomen tekst:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7987f70dd6b44b5d2977d030ed2bf147ce8a47b470265dfab57a81e7f0fb4410. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7987f70dd6b44b5d2977d030ed2bf147ce8a47b470265dfab57a81e7f0fb4410, en de alinea staat in dat document op bytes 7756 tot 8710.