Citaat | Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 22 Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2961.

"Nadat de ondervraging van verdachte heeft plaatsgehad, heeft de officier van justitie overeenkomstig artikel 311, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering het woord gevoerd. De officier van justitie heeft daarbij tevens kenbaar gemaakt dat hij voornemens is een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken, alsmede dat daartoe een strafrechtelijk financieel onderzoek als bedoeld in artikel 126 van het Wetboek van Strafvordering zal worden ingesteld.";

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e04923cd5077d88f64829b926c549d58cd0f4604f7196b3f7ac6e740efa2378e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e04923cd5077d88f64829b926c549d58cd0f4604f7196b3f7ac6e740efa2378e, en de alinea staat in dat document op bytes 8731 tot 9248.