Citaat | Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 32 Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2961.

3.5. Het hiervoor onder 3.3 genoemde verweer is een verweer waarop het Hof ingevolge het bepaalde in art. 511g, tweede lid, in verbinding met het bepaalde in art. 358, derde en vijfde lid en art. 415 Sv op straffe van nietigheid een uitdrukkelijke beslissing diende te geven. Die beslissing had ingevolge het bepaalde in art. 511g, tweede lid in verbinding met art. 365a en art. 415 Sv, in het verkorte arrest moeten worden opgenomen. Nu dat niet is geschied voldoet het bestreden arrest niet aan de daaraan te stellen wettelijke eisen. Het eerste middel is dus gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e04923cd5077d88f64829b926c549d58cd0f4604f7196b3f7ac6e740efa2378e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e04923cd5077d88f64829b926c549d58cd0f4604f7196b3f7ac6e740efa2378e, en de alinea staat in dat document op bytes 11598 tot 12181.