Citaat | Hoge Raad 13 november 2001
Alinea 37 Hoge Raad 13 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2961.
3.7. Uit het voorgaande volgt dat het Hof op grond van de inhoud van meergenoemd verkort proces-verbaal heeft kunnen aannemen dat de Officier van Justitie ter terechtzitting van de Rechtbank van 25 april 1995 zijn voornemen heeft kenbaar gemaakt om een vordering als bedoeld in art. 36e Sr in te stellen en dat het Hof, daarvan uitgaande, de Officier van Justitie terecht in die vordering ontvankelijk heeft verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e04923cd5077d88f64829b926c549d58cd0f4604f7196b3f7ac6e740efa2378e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e04923cd5077d88f64829b926c549d58cd0f4604f7196b3f7ac6e740efa2378e, en de alinea staat in dat document op bytes 13489 tot 13921.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e04923cd5077d88f64829b926c549d58cd0f4604f7196b3f7ac6e740efa2378e | shasum -a 256