Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001

Alinea 27 Hoge Raad 10 augustus 2001

Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3112.

5.1. Voorzover middel I opkomt tegen 's Hofs oordeel dat de Inspecteur beschikte over een de navordering rechtvaardigend nieuw feit, faalt het. Het Hof heeft aan voormeld oordeel ten grondslag gelegd het oordeel dat het resultaat van het boekenonderzoek, te weten de vaststelling dat in de boekhouding van de onderneming van belanghebbende in 1990 negatieve kassen zijn voorgekomen en dat niet valt in te zien hoe de Inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslag kennis had kunnen nemen van die negatieve kassen, het nieuwe feit vormt dat navordering rechtvaardigt. Hierin ligt besloten het oordeel dat de Inspecteur in de onderhavige situatie met vertrouwen op de aangifte mocht afgaan en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de Inspecteur aanleiding hadden moeten geven de aanslag slechts op te leggen na een daaraan voorafgaand boekenonderzoek. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f47dcbb679ac110eff8c9f53d4bb11da77f5285b5a626ff9cf2b386b0bcad1cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f47dcbb679ac110eff8c9f53d4bb11da77f5285b5a626ff9cf2b386b0bcad1cd, en de alinea staat in dat document op bytes 10431 tot 11500.