Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001

Alinea 21 Hoge Raad 10 augustus 2001

Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3138.

3.4. Het Hof heeft geoordeeld dat de lening van B B.V. bij A N.V. is aangegaan ter aanvulling van de kennelijk door de dividenduitkeringen van belanghebbende aan A N.V. ontstane tekorten in het vermogen dat voor de ondernemingsuitoefening binnen de fiscale eenheid benodigd was. Dit oordeel, dat aldus moet worden verstaan dat voor de ondernemingsuitoefening door B B.V. en door belanghebbende als directe houdstermaatschappij van B B.V., tezamen bezien, de lening nodig werd door de dividenduitkeringen, is van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, ook niet indien, zoals belanghebbende voor het Hof had aangevoerd, de lening ertoe diende kortlopende schulden van B B.V. te vervangen. Derhalve faalt het tweede middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/197bf24aaf10f4090635409d2adfe23b69524c61e5814bd3f69963282b649ceb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 197bf24aaf10f4090635409d2adfe23b69524c61e5814bd3f69963282b649ceb, en de alinea staat in dat document op bytes 8661 tot 9395.