Citaat | Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 30 Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3188.

"Een ingrijpende economische wetgeving - de reden van bestaan van het gehele ontwerp - heeft ook dit gevolg, dat de ondernemer in tal van opzichten van de medewerking van overheidsorganen afhankelijk is. Zolang nu de repressie van economische delicten onvoldoende was, moest bij die overheidsorganen, met de beste bedoelingen, de verleiding groot zijn om het onthouden van die medewerking te bezigen voor doeleinden, waarvoor eigenlijk de straffen of tuchtmaatregelen bestemd zijn. Aan die verleiding is niet altijd weerstand geboden. De ondergetekenden zouden dit zelfs niet onvoorwaardelijk willen afkeuren. Wellicht heeft menige regeling alleen nog bevredigend gewerkt dankzij het feit, dat naast de onvoldoende bedreiging van de te verwachten straf de ernstigere stond van dergelijke administratieve maatregelen. Het principieel zeer bedenkelijke van zulk een toestand behoeft intussen weinig betoog. Aldus immers vindt in wezen bestraffing plaats met weglating van al de waarborgen, welke bij strafoplegging nodig zijn geacht. Nu de ondergetekenden vertrouwen door dit ontwerp, indien het wet wordt, een voldoende regelmatige bestraffing te hebben verzekerd, is een waarborg tegen verkapte bestraffing op zijn plaats. Deze waarborg geeft artikel 6.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1e4d6185774cfb55a4785e06f645aeb7d96189b931d15cdf8e3a612bb57284f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1e4d6185774cfb55a4785e06f645aeb7d96189b931d15cdf8e3a612bb57284f, en de alinea staat in dat document op bytes 11745 tot 13011.