Citaat | Hoge Raad 13 november 2001
Alinea 40 Hoge Raad 13 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3188.
3.6.3. Zoals opgemerkt staat buiten twijfel dat in het economische strafrecht een aantal algemene bepalingen uit het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht, zoals die omtrent de voorwaardelijke veroordeling, de vervroegde invrijheidstelling en de vervangende hechtenis, ingevolge art. 91 Sr van oudsher van toepassing geacht is. In het kader van de regeling van de voorwaardelijke veroordeling heeft voorts ten tijde van het experiment met de dienstverlening de mogelijkheid bestaan om ook in economische zaken de dienstverlening als bijzondere voorwaarde op te leggen. Evenmin is aan redelijke twijfel onderhevig dat ingevolge art. 14g, tweede lid (oud) in verbinding met art. 91 Sr bij een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf, opgelegd ter zake van een economisch delict, in plaats van die tenuitvoerlegging kon worden bepaald dat de veroordeelde onbetaalde arbeid zal verrichten. De straf van onbetaalde arbeid, zoals in deze zaak opgelegd, heeft als bijzonderheid dat zij met toepassing van art. 22b (oud) Sr in de plaats treedt van een op zichzelf aangewezen geachte vrijheidsstraf. Vrijheidsstraffen zijn met zoveel woorden in de WED voorzien. Op grond daarvan heeft het Hof terecht geoordeeld dat in deze zaak de straf van onbetaalde arbeid kon worden opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1e4d6185774cfb55a4785e06f645aeb7d96189b931d15cdf8e3a612bb57284f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1e4d6185774cfb55a4785e06f645aeb7d96189b931d15cdf8e3a612bb57284f, en de alinea staat in dat document op bytes 17313 tot 18633.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1e4d6185774cfb55a4785e06f645aeb7d96189b931d15cdf8e3a612bb57284f | shasum -a 256