Citaat | Hoge Raad 11 september 2001
Alinea 26 Hoge Raad 11 september 2001
Een alinea uit Hoge Raad 11 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3198.
3.5. Volgens art. 25, eerste lid, UW heeft de rechter aldus geen discretionaire bevoegdheid een verzoek van de opgeëiste persoon tot sluiting van de deuren al dan niet te honoreren. In het onderhavige geval heeft de Rechtbank door het verhoor van de opgeëiste persoon in het openbaar te doen plaatsvinden, niettegenstaande diens verzoek tot sluiting der deuren, het bepaalde in art. 25, eerste lid, UW miskend. Het in die bepaling vervatte voorschrift dat op verlangen van de opgeëiste persoon de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren plaatsvindt, is van zo wezenlijke betekenis, dat niet inachtneming daarvan - ook al is zulks niet uitdrukkelijk met nietigheid bedreigd - nietigheid meebrengt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6fefc31695f1ab46674cb580c40f7496a5061f742846980396b9742fc1d8b05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6fefc31695f1ab46674cb580c40f7496a5061f742846980396b9742fc1d8b05, en de alinea staat in dat document op bytes 7988 tot 8717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6fefc31695f1ab46674cb580c40f7496a5061f742846980396b9742fc1d8b05 | shasum -a 256