Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 34 Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3200.

Hieruit kan niets anders worden afgeleid dan dat [persoon A] haar inkomsten aan cliënt heeft afgestaan, omdat cliënt al die uitgaven voor haar deed. Dat was immers afgesproken. Die kosten waren derhalve strikt noodzakelijk en staan in directe relatie tot de strafbare feiten waarvoor cliënt is veroordeeld. Indien hij die uitgaven niet had betaald, had [persoon A] niet haar inkomsten aan hem afgestaan en was er voor cliënt ook geen voordeel geweest uit haar prostitutiewerkzaamheden. Het betreffende bedrag ad f 24.600 dient derhalve in mindering te worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/554abbd1f71c28ff90c2ad2fb195217db709852274c176967e666c362adf19af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 554abbd1f71c28ff90c2ad2fb195217db709852274c176967e666c362adf19af, en de alinea staat in dat document op bytes 8927 tot 9555.