Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 24 Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3244.

Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat kort voor de overval en wel te 10.48 en 10.49 uur gebruik is gemaakt van de pinautomaat van de VSB-bank, waar de overval plaatsvond, met het pasje van de verdachte (rekeningnummer [...]) en dat de betreffende pinhandelingen telkens werden afgebroken door op de stoptoets te drukken. De verdachte heeft -daarnaar gevraagd- verklaard dat hij daar alstoen niet is geweest en dat een ander op dat moment met zijn pasje twee (afgebroken) transacties moet hebben verricht. Voorts heeft hij verklaard dit pasje nadien te zijn kwijtgeraakt. Deze verklaring -die op geen enkele wijze feitelijk is onderbouwd- dient als volstrekt ongeloofwaardig te worden aangemerkt, temeer nu deze pinpas, bij de hierna te noemen huiszoeking in de woning van de verdachte, is aangetroffen in een kast. Voorts is van belang dat bij de huiszoeking in de woning van de verdachte onder leiding van de rechter-commissaris op 3 februari 1999 zijn aangetroffen 2 blauwkleurige 3/4 regenjassen, 6 verschillende modellen brillen en vijf verschillende pruiken. Op grond van deze omstandigheden -in onderlinge samenhang bezien- is het hof van oordeel dat de verklaringen naar aanleiding van de spiegelconfrontaties voorzover deze betrekking hebben op het onder 1 bewezenverklaarde als betrouwbaar dienen te worden aangemerkt en tot bewijs mogen worden gebezigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb796fe89317f04da0ee47c537bb4b1970483d8e4ce29856ace1a0523414952a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb796fe89317f04da0ee47c537bb4b1970483d8e4ce29856ace1a0523414952a, en de alinea staat in dat document op bytes 10112 tot 11490.