Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 29 Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3244.

3.3. In een der onderdelen, waarin het middel uiteenvalt, wordt de stelling ingenomen dat - zo begrijpt de Hoge Raad - het resultaat van de enkelvoudige spiegelconfrontaties niet voor het bewijs bruikbaar is, aangezien dat bewijs niet slechts ter aanvulling diende van het overige bewijsmateriaal maar van doorslaggevende aard was om tot een bewezenverklaring te komen. Aan die stelling ligt de gedachte ten grondslag dat dergelijke confrontaties minder betrouwbaar zijn dan zogenoemde meervoudige keuzeconfrontaties - de confrontatie van een getuige met meerdere personen onder wie de verdachte -, zodat de bewezenverklaring niet in overwegende mate van het resultaat van dat, enkelvoudig verkregen, bewijs mag afhangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb796fe89317f04da0ee47c537bb4b1970483d8e4ce29856ace1a0523414952a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb796fe89317f04da0ee47c537bb4b1970483d8e4ce29856ace1a0523414952a, en de alinea staat in dat document op bytes 15601 tot 16335.