Citaat | Hoge Raad 10 augustus 2001

Alinea 21 Hoge Raad 10 augustus 2001

Een alinea uit Hoge Raad 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3302.

3.4. Het belang van de ingezetenen van een waterschap bij de uitoefening van het deel van de waterschapstaken dat in de opvatting van het Hof aan de ingezetenenomslag ten grondslag ligt, is echter niet goed te onderscheiden van het belang dat iedere ingezetene van Nederland bij de uitoefening van die taken van dat waterschap - en van de overeenkomstige taken van andere waterschappen - heeft (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal Moltmaker voor het arrest van de Hoge Raad van 17 maart 1999, nr. 33295, BNB 1999/179, onder 11.2.1 en 11.2.3). Met deze opvatting van de ingezetenenomslag is dan ook moeilijk te rijmen dat voor de omslagplicht het wonen binnen het gebied van het waterschap beslissend is. Maar dat was onvermijdelijk nu de wetgever hier een heffingsbevoegdheid voor de waterschappen heeft willen scheppen; de wettelijke opzet brengt mee dat door middel van de ingezetenenomslag iemand alleen kosten die voortvloeien uit het uitoefenen van taken door en binnen het gebied van het waterschap waar hij woont, in rekening mogen worden gebracht. Indien binnen een waterschapsgebied verschillende taakgebieden zijn te onderscheiden, en vooral indien in delen van het gebied van een waterschap sommige taken aan andere waterschappen zijn opgedragen, ligt het in die opzet echter voor de hand deze gedachte door te trekken en over de ingezetenen van een deelgebied alleen de kosten om te slaan die gemoeid zijn met de in dat gebied door het waterschap uitgeoefende taken, voorzover toe te rekenen aan de ingezetenen. Dat is in overeenstemming met artikel 119, lid 1, van de Wet, volgens welke bepaling de kosten zoveel mogelijk per taak dienen te worden toegedeeld aan de verschillende categorieën van belanghebbenden, waaronder ook de ingezetenen vallen. In het bijzonder in de situatie waarin binnen één geografisch gebied verschillende taken aan verschillende waterschappen zijn opgedragen, leidt de andere opvatting, die door het Hof is gevolgd, ook tot onredelijke resultaten. Weliswaar heeft het Hof dat onderkend, door voor die situatie een uitzondering op de regel aan te nemen, maar daarvoor ontbreekt, zoals in het tweede middel terecht wordt betoogd, in de uitleg die het Hof aan artikel 121 geeft, een wettelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a40032f4ad30b2a71ce52c95d434e3715330cbdaa7ad9f0de18d0563c4f0f2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a40032f4ad30b2a71ce52c95d434e3715330cbdaa7ad9f0de18d0563c4f0f2d, en de alinea staat in dat document op bytes 8561 tot 10825.