Citaat | Hoge Raad 20 november 2001
Alinea 34 Hoge Raad 20 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 20 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3338.
4.3. De gedachtegang van het Hof waarop het zijn hiervoor onder 3.4 weergegeven beslissing heeft doen steunen komt erop neer dat de vordering is gedaan in strijd met het vertrouwensbeginsel, omdat op grond van door de Officier van Justitie in zijn appèlmemorie gedane uitlatingen bij de verdachte het vertrouwen is gewekt dat de rechtsstrijd zich in hoger beroep zou beperken tot het misdrijf van bedreiging zoals in eerste aanleg tenlastegelegd. Op zichzelf is juist dat onder bijzondere omstandigheden beginselen van een behoorlijke procesorde eraan in de weg staan dat (alsnog) een vordering tot wijziging van de tenlastelegging wordt gedaan (vgl. HR 18 april 2000, NJ 2001, 352).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d8df3141249d27d8f2631f2497fc832a1d5b253bf5e2f27bbf31127bf495baf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d8df3141249d27d8f2631f2497fc832a1d5b253bf5e2f27bbf31127bf495baf, en de alinea staat in dat document op bytes 12788 tot 13485.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d8df3141249d27d8f2631f2497fc832a1d5b253bf5e2f27bbf31127bf495baf | shasum -a 256