Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2001

Alinea 20 Hoge Raad 9 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3249.

"Bij de beoordeling van dit verweer moet vooropgesteld worden dat nu België evenals Nederland partij is bij het EVRM er in beginsel op vertrouwd dient te worden dat ook België en de Belgische rechter er voor zullen zorgen dat vorenbedoelde recht van de opgeëiste persoon niet wordt geschonden. (...) [H]etgeen de raadsvrouwe dienaangaande heeft gesteld [is] onvoldoende (...) om reeds nu aan te nemen dat de Belgische rechter over hetgeen door de raadsvrouwe in dit verband is opgeworpen, in flagrante strijd met het bepaalde in artikel 6 van het EVRM zal beslissen. De raadsvrouwe heeft in dit verband eigenlijk niet meer dan vooronderstellingen geuit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb535daeba3cf0ecc46a8a61985a4ba60bc97ff0fa3866695c11d73205bc5651. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb535daeba3cf0ecc46a8a61985a4ba60bc97ff0fa3866695c11d73205bc5651, en de alinea staat in dat document op bytes 7484 tot 8153.