Citaat | Hoge Raad 21 september 2001

Alinea 16 Hoge Raad 21 september 2001

Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3522.

3.2.1. Onder "banen voor openbaar vervoer per rail" in de zin van de vrijstelling (hierna ook: spoorbanen) dienen te worden verstaan de spoorbanen zelf en de bestanddelen daarvan in de zin van artikel 3:4 van het Burgerlijk Wetboek alsmede al hetgeen nodig is om die banen als zodanig te kunnen laten functioneren, dat wil zeggen geschikt te doen zijn om daarop overeenkomstig de heden ten dage aan openbaar vervoer per rail te stellen eisen op een goede en veilige manier voertuigen te laten rijden. Een ruimer functioneel verband voldoende te achten, zou niet in overeenstemming zijn met de kennelijke bedoeling van de wetgever slechts onzelfstandige delen die dezelfde functie als de spoorbaan vervullen in de vrijstelling te laten delen, zoals die onder meer blijkt uit de opmerking dat met "name zijn uitgezonderd van de vrijstelling delen die niet dezelfde functie hebben als het voorwerp van de vrijstelling" (Kamerstukken II 1989/90, 21 591, nr. 3, blz. 25). Mitsdien is onvoldoende dat een voorziening er overwegend op is gericht de vervoerstaak in het algemeen behoorlijk te kunnen vervullen, zoals het geval is bij perrons en laad- en losinstallaties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6906d7eb76ac5b30a53bf497ea9dd76a6a4d41534e3d77ef719dbb36ebf41000. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6906d7eb76ac5b30a53bf497ea9dd76a6a4d41534e3d77ef719dbb36ebf41000, en de alinea staat in dat document op bytes 6668 tot 7843.