Citaat | Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 20 Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530.

3.1.2. Blijkens zijn bewijsmotivering heeft het Hof vastgesteld dat het de verdachte is geweest die [het] nog geen jaar oud zijnde [slachtoffer], die zich in een trappelzak bevond, opzettelijk terecht heeft laten komen in een sloot, althans heeft neergelegd in de bermwal van een sloot welke bermwal ter plaatse erg smal was en sterk glooide, waarna dat kind in het water terecht is gekomen ten gevolge waarvan het door verdrinking om het leven is gekomen. Blijkens de bewezenverklaring heeft het Hof hieraan de gevolgtrekking verbonden dat de verdachte door aldus te handelen heeft gehandeld met het opzet dat kind van het leven te beroven - waaronder mede is begrepen het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat het kind als gevolg van verdrinking om het leven zou komen. Die gevolgtrekking kan worden afgeleid uit hetgeen het Hof in zijn bewijsmotivering heeft vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f59e9690fefe985081108e5f1caf1afcbdee982846162d4c9565cf5b75baf88a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f59e9690fefe985081108e5f1caf1afcbdee982846162d4c9565cf5b75baf88a, en de alinea staat in dat document op bytes 6039 tot 6947.