Citaat | Hoge Raad 18 september 2001

Alinea 27 Hoge Raad 18 september 2001

Een alinea uit Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530.

3.3. In cassatie kan niet worden onderzocht of de door de feitenrechter in zijn bewijsmotivering vastgestelde feiten en omstandigheden juist zijn. Dat geldt ook voor conclusies van feitelijke aard die de feitenrechter heeft getrokken uit de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vastgesteld. Dergelijke vaststellingen en gevolgtrekkingen kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden onderzocht. Mede in dat licht bezien kunnen de middelen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f59e9690fefe985081108e5f1caf1afcbdee982846162d4c9565cf5b75baf88a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f59e9690fefe985081108e5f1caf1afcbdee982846162d4c9565cf5b75baf88a, en de alinea staat in dat document op bytes 7916 tot 8630.