Citaat | Hoge Raad 30 november 2001

Alinea 44 Hoge Raad 30 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3953.

3.3.3 Onderdeel 1.1 gaat uit van de opvatting dat uit het bepaalde bij art. 477 voortvloeit dat een derde-beslagene verplicht is om hetgeen hij volgens zijn verklaring aan de geëxecuteerde verschuldigd is of voor hem onder zich heeft, te voldoen aan, of ter beschikking te stellen van, de met de executie belaste deurwaarder, ook wanneer de verklaring berust op een vergissing en de derde-beslagene niets, dan wel minder dan volgens zijn verklaring, aan de geëxecuteerde schuldig is of aan hem diende af te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aee4747334c9f52ec338188e88c149cb7d25be66ac232807e19447e59a09fe8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aee4747334c9f52ec338188e88c149cb7d25be66ac232807e19447e59a09fe8, en de alinea staat in dat document op bytes 13605 tot 14133.