Citaat | Hoge Raad 30 november 2001
Alinea 48 Hoge Raad 30 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3953.
De genoemde bepalingen dienen ingevolge art. 3:59 ook buiten het vermogensrecht te worden toegepast, voor zover de aard van de rechtshandeling of van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet. Zoals is opgemerkt in de memorie van antwoord II bij art. 3:59 (Parl. Gesch. Boek 3, p. 251) is de toepassing van de bepalingen van titel 2 van Boek 3 Burgerlijk Wetboek op procesrechtelijke handelingen niet zonder meer uitgesloten, maar zal de rechter bij toepassing van de bedoelde bepalingen op zodanige handelingen uitermate voorzichtig moeten zijn. De hiervoor in 3.3.2 onder (a) - (c) vermelde omstandigheden brengen mee dat hetgeen in art. 3:35, en 3:36 is bepaald niet voor toepassing op een verklaring als bedoeld in art. 476a in aanmerking komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aee4747334c9f52ec338188e88c149cb7d25be66ac232807e19447e59a09fe8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aee4747334c9f52ec338188e88c149cb7d25be66ac232807e19447e59a09fe8, en de alinea staat in dat document op bytes 15211 tot 15979.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7aee4747334c9f52ec338188e88c149cb7d25be66ac232807e19447e59a09fe8 | shasum -a 256