Citaat | Hoge Raad 14 december 2001
Alinea 84 Hoge Raad 14 december 2001
Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3967.
3.5.3 De hiervoor in 3.5.2 bedoelde klachten falen. Enerzijds omdat het aan de feitenrechter is overgelaten om aan de hand van de omstandigheden van het geval - waarbij hier onder meer te denken valt aan de aard, inhoud, omvang, oplage en het verspreidingsgebied van de catalogus, alsmede aan de mate waarin afzet van het afgebeelde voortbrengsel heeft plaatsgevonden in het Beneluxgebied - te beoordelen of sprake is van feitelijk bekend zijn en anderzijds omdat de klachten uitgaan van een opvatting omtrent dit begrip waarvan buiten redelijke twijfel staat dat deze onjuist is, te weten de opvatting volgens welke voor feitelijk bekend zijn van een voortbrengsel als bedoeld in art. 4, onder 1, sub a BTMW niet onder alle omstandigheden vereist is dat dit voortbrengsel daadwerkelijk bekendheid heeft genoten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d117bb06f928040d6b402feccd7c2ebdc55cff77a7f648231a59a18c781ef4e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d117bb06f928040d6b402feccd7c2ebdc55cff77a7f648231a59a18c781ef4e9, en de alinea staat in dat document op bytes 25490 tot 26317.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d117bb06f928040d6b402feccd7c2ebdc55cff77a7f648231a59a18c781ef4e9 | shasum -a 256