Citaat | Hoge Raad 9 november 2001
Alinea 35 Hoge Raad 9 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3985.
Het Hof overwoog daartoe, kort weergegeven, het volgende. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of [betrokkene A] een fout in de zin van art. 6:170 BW heeft gemaakt door een lade open te laten staan waardoor schade aan [eiseres] is toegebracht. Het Hof deelt het oordeel van de Rechtbank dat [betrokkene A] door het bewust vastzetten van een lade van de ladenkast, welke lade zich op hoofdhoogte bevindt en die anders vanzelf zou zijn dichtgerold, een gevaarscheppende handeling heeft verricht, te meer daar de route die [eiseres] bewandelde de drukste looproute in de apotheek is en daar het in het verleden ook al eens is voorgekomen dat men zich aan een van de laden, die openstond, heeft gestoten, en [betrokkene A] niet bij de geopende lade is blijven staan. Het Hof verbindt daaraan de gevolgtrekking dat [betrokkene A] aldus een onrechtmatige daad jegens [eiseres] heeft gepleegd, waarvoor [verweerder], nu ook aan de overige vereisten van art. 6:170 BW is voldaan, aansprakelijk is (rov. 6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0baa301c3332b68296ec797ff27c6309c39a9225de5a761ce4065b63fa08246c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0baa301c3332b68296ec797ff27c6309c39a9225de5a761ce4065b63fa08246c, en de alinea staat in dat document op bytes 9639 tot 10659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0baa301c3332b68296ec797ff27c6309c39a9225de5a761ce4065b63fa08246c | shasum -a 256