Citaat | Hoge Raad 9 november 2001

Alinea 36 Hoge Raad 9 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 9 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3985.

Het Hof heeft voorts geoordeeld dat, aangezien het kort open laten staan van een lade niet ongebruikelijk was en evenmin ongebruikelijk was dat degene die de lade had geopend, daarop niet het oog hield, [eiseres] met deze praktijk bekend was en er voldoende ruimte overbleef om de openstaande lade te passeren, de schade van [eiseres] mede een gevolg is van aan haar toe te rekenen onoplettendheid en dat dit meebrengt dat op de voet van art. 6:101 BW de vergoedingsplicht van [verweerder] dient te worden verminderd, welke vermindering het Hof op 50% stelt (rov. 7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0baa301c3332b68296ec797ff27c6309c39a9225de5a761ce4065b63fa08246c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0baa301c3332b68296ec797ff27c6309c39a9225de5a761ce4065b63fa08246c, en de alinea staat in dat document op bytes 10667 tot 11247.