Citaat | Hoge Raad 16 november 2001
Alinea 51 Hoge Raad 16 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 16 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3986.
3.3 In hoger beroep heeft [eiseres] - voor zover in cassatie van belang - allereerst aangevoerd dat de voorwaarde zoals geformuleerd in de ontslagvergunning in strijd is met art. 5 lid 2 van het Delegatiebesluit 1993 en mitsdien nietig. De ontslagvergunning is derhalve, aldus [eiseres], onvoorwaardelijk verleend zodat van een nietig ontslag wegens schending van de voorwaarde geen sprake kan zijn. Dit betoog is door de Rechtbank verworpen in rov. 9.1 van haar tussenvonnis. Daartegen keert zich onderdeel 1. Voorts heeft [eiseres] aangevoerd dat de nieuwe werknemer reeds vóór het einde van de dienstbetrekking van [verweerder] in dienst is genomen en derhalve, aldus [eiseres], niet in strijd met de voorwaarde zoals geformuleerd in de ontslagvergunning, aangezien in die vergunning wordt uitgegaan van een zesmaandentermijn die pas aanvangt na het ontslag van [verweerder]. Tegen de verwerping van deze stelling keert zich onderdeel 2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beb931df8b59e8d9c303f2b72f5a9c6eb0ddc8ed59fac450b08767f0bd34fb15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beb931df8b59e8d9c303f2b72f5a9c6eb0ddc8ed59fac450b08767f0bd34fb15, en de alinea staat in dat document op bytes 13757 tot 14715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/beb931df8b59e8d9c303f2b72f5a9c6eb0ddc8ed59fac450b08767f0bd34fb15 | shasum -a 256