Citaat | Hoge Raad 23 november 2001

Alinea 40 Hoge Raad 23 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4032.

3.5 Bij die stand van zaken brengt het concordantiebeginsel, zoals neergelegd in artikel 39 lid 1 van het Statuut voor het Koninkrijk, mee dat art. 280 lid 1 RvNA wat het bewijsrecht betreft thans in dezelfde zin wordt uitgelegd als art. 353 Rv. in Nederland. Mitsdien moet worden aangenomen dat naar het procesrecht van de Nederlandse Antillen en Aruba thans ook de rechter in hoger beroep gehouden is in te gaan op een ter zake dienend en voldoende gespecificeerd aanbod tot getuigenbewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b9b227435ca457c3884076643bad0fd09f57be38ed1e0c4ce4ed6fe9c43e231. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b9b227435ca457c3884076643bad0fd09f57be38ed1e0c4ce4ed6fe9c43e231, en de alinea staat in dat document op bytes 11386 tot 11891.