Citaat | Hoge Raad 23 november 2001

Alinea 41 Hoge Raad 23 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4032.

3.6 In haar memorie van grieven en bij pleidooi in hoger beroep (de vindplaatsen zijn vermeld in onderdeel Ia onder a, b, c en d) heeft Marielle bewijs aangeboden van hetgeen zij ter ondersteuning van haar beroep op de verschillende door haar aangevoerde vernietigingsgronden van de USA had gesteld. Bij de verwerping van dit beroep is het Hof stilzwijgend aan deze bewijsaanbiedingen voorbijgegaan. Indien deze beslissing van het Hof berust op de opvatting dat het een discretionaire bevoegdheid heeft om al dan niet op een aanbod tot getuigenbewijs in te gaan, volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen dat het Hof aldus van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan. Indien het Hof echter van de juiste rechtsopvatting is uitgegaan en zijn beslissing daarop berust dat het de bewijsaanbiedingen van Marielle onvoldoende gespecificeerd of niet ter zake dienende heeft geoordeeld, is dit oordeel zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk. De onderdelen Ia en Ib slagen derhalve. Onderdeel Ic behoeft geen bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b9b227435ca457c3884076643bad0fd09f57be38ed1e0c4ce4ed6fe9c43e231. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b9b227435ca457c3884076643bad0fd09f57be38ed1e0c4ce4ed6fe9c43e231, en de alinea staat in dat document op bytes 11911 tot 12953.