Citaat | Hoge Raad 5 oktober 2001

Alinea 45 Hoge Raad 5 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 5 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4046.

3.5 Gegrond is de klacht van onderdeel 1.3 dat het Hof heeft miskend dat de (stelplicht en de) bewijslast van omstandigheden die kunnen meebrengen dat de vergoedingsplicht van [betrokkene A], ondanks de door hem gemaakte verkeersfout, geheel of gedeeltelijk vervalt wegens eigen schuld van [eiser] op het Bureau rust. Van eigen schuld was, naar de stellingen van het Bureau, sprake omdat [eiser] hard kwam aanrijden en eerst op het laatste moment - op een afstand van circa zes meter voor de haaientanden - remde, waardoor een aanrijding niet meer was te voorkomen; indien [eiser] de doorgang voor zich had vrijgelaten en geanticipeerd had op eventueel van de voorrangsweg hem tegemoetkomend verkeer, dan zou het ongeval nimmer hebben plaatsgevonden, aldus het Bureau. [eiser] heeft deze stellingen omtrent de toedracht van het ongeval, die naar het in zoverre in cassatie niet bestreden oordeel van het Hof een beroep op eigen schuld kunnen dragen, gemotiveerd betwist. Gegeven deze betwisting rustte, overeenkomstig de hoofdregel van art. 177 Rv., de bewijslast van de zo-even genoemde stellingen op het Bureau. Het Hof, dat in de bestreden arresten niet tot uitdrukking heeft gebracht dat sprake was van omstandigheden die een andere verdeling van de bewijslast rechtvaardigden, heeft derhalve ten onrechte geoordeeld dat het aan [eiser] was om te bewijzen dat hij wel voldoende op de verkeerssituatie heeft geanticipeerd en dat hij aan [betrokkene A] wel voldoende vrije doorgang heeft verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05e4776b7c7e001b68bd6f4e28d3e8cb7cfe4749c82dd1be032d4865daa8e68a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05e4776b7c7e001b68bd6f4e28d3e8cb7cfe4749c82dd1be032d4865daa8e68a, en de alinea staat in dat document op bytes 15305 tot 16819.