Citaat | Hoge Raad 3 juli 2001

Alinea 19 Hoge Raad 3 juli 2001

Een alinea uit Hoge Raad 3 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4269.

3.3. Voor wat betreft de tweede in die overweging genoemde omstandigheid heeft het Hof in het midden gelaten of het hier om strafbare bedreigingen gaat, terwijl de stukken van het geding ook niets inhouden waaruit kan volgen hoe 's Hofs overweging in dit opzicht moet worden verstaan. Gelet daarop kan in cassatie niet worden beoordeeld of het Hof, in aanmerking genomen dat niet blijkt dat aan de in art. 412 Sv NA gestelde voorwaarden voor voeging ad informandum is voldaan, ten onrechte met die omstandigheid bij de straftoemeting rekening heeft gehouden. Voorzover de motiveringsklacht van het middel geacht kan worden mede daarop betrekking te hebben, is deze dus gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52fc56cc6327abff916873848dd5b9980972f0c68623f0fae037ead22704d294. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52fc56cc6327abff916873848dd5b9980972f0c68623f0fae037ead22704d294, en de alinea staat in dat document op bytes 7059 tot 7749.