Citaat | Hoge Raad 20 november 2001
Alinea 22 Hoge Raad 20 november 2001
Een alinea uit Hoge Raad 20 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4290.
3.1.3. Ten aanzien van dit verweer moet worden vooropgesteld dat het niet tot de taak van de rechter behoort die over de toelaatbaarheid van de uitlevering moet beslissen, te oordelen over de rechtmatigheid van het in de verzoekende staat verrichte opsporingsonderzoek en van het daaruit voortvloeiende bewijsmateriaal. Dit zou slechts anders kunnen zijn indien door de raadsman zodanige gegevens naar voren zijn gebracht dat zou blijken dat de opgeëiste persoon door de uitlevering risico zou lopen te worden blootgesteld aan een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6 EVRM toekomend recht (vgl. HR 10 juli 2001, LJN AB 3325).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ad39dc5243279f94a057b2c872b54b352449c50c773cf9dcf08e0531b25467. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ad39dc5243279f94a057b2c872b54b352449c50c773cf9dcf08e0531b25467, en de alinea staat in dat document op bytes 7361 tot 8010.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2ad39dc5243279f94a057b2c872b54b352449c50c773cf9dcf08e0531b25467 | shasum -a 256