Citaat | Hoge Raad 20 november 2001

Alinea 26 Hoge Raad 20 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 20 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4290.

3.2.3. Het enkele feit dat een criminele burgerinfiltrant zou zijn ingezet, dwingt bij toetsing aan de hiervoor onder 3.1.3 weergegeven maatstaf immers niet tot het oordeel dat art. 6 EVRM in de gestelde mate is geschonden. Ter ondersteuning van het verweer zijn voorts geen andere omstandigheden aangevoerd die tot dat oordeel nopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ad39dc5243279f94a057b2c872b54b352449c50c773cf9dcf08e0531b25467. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ad39dc5243279f94a057b2c872b54b352449c50c773cf9dcf08e0531b25467, en de alinea staat in dat document op bytes 8779 tot 9126.