Citaat | Hoge Raad 6 november 2001

Alinea 11 Hoge Raad 6 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 6 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4313.

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 15 maart 1999 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 4 tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. en 2. "met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd" en 3. "met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren (vanaf 1 december 1991: buiten echt) ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van tweehonderdveertig uren, in plaats van zes maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de verdachte de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers van driemaal vijfentwintighonderd gulden, bij gebreke van betaling en verhaal telkens te vervangen door vijfendertig dagen hechtenis en de vorderingen van de beledigde partijen niet-ontvankelijk verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/475f5c334d0e20c592811173b4bba0ac464ff8e0d01300267ae3151180bd3f3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 475f5c334d0e20c592811173b4bba0ac464ff8e0d01300267ae3151180bd3f3a, en de alinea staat in dat document op bytes 4588 tot 5672.