Citaat | Hoge Raad 27 november 2001

Alinea 40 Hoge Raad 27 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 27 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4484.

4.2. De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, heeft op 30 december 1999 beroep in cassatie ingesteld. Blijkens een op de inventaris van de stukken geplaatst stempel zijn deze op 11 oktober 2000 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 26 juni 2001 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan 16 maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden, hetgeen tot strafvermindering leidt. Het middel is dus terecht voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2406846404f5bcca53faf434bc6fb98cbc4bc5e909d605520d69c52aaaaf9a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2406846404f5bcca53faf434bc6fb98cbc4bc5e909d605520d69c52aaaaf9a5, en de alinea staat in dat document op bytes 13574 tot 14242.