Citaat | Hoge Raad 30 november 2001

Alinea 30 Hoge Raad 30 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4497.

3.2 In art. 847, tweede lid, Rv. is bepaald dat het ver-zoekschrift waarbij een vordering uit hoofde van rechtsweigering wordt ingesteld, ondertekend moet zijn door een procureur. Deze bepaling moet aldus worden uitgelegd dat een zodanig verzoekschrift, indien het is gericht tot de Hoge Raad, dient te zijn ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. De wet bevat geen gronden voor het aannemen van een uitzondering op het vereiste van verplichte procesvertegenwoordiging. Zodanige grond kan evenmin worden gevonden in art. 6 EVRM of art. 14 IVBPR, ook niet in het licht van de door [verzoeker] aangevoerde omstandigheid dat hij niet erin is geslaagd een procureur bereid te vinden het verzoekschrift te ondertekenen. [Verzoeker] moet derhalve in dit verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caa232d8ecb1fd4a8ea044b6aef9c92c01ac5f07ffdc46668dc9e8191dce9de8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caa232d8ecb1fd4a8ea044b6aef9c92c01ac5f07ffdc46668dc9e8191dce9de8, en de alinea staat in dat document op bytes 8778 tot 9590.