Citaat | Hoge Raad 30 november 2001

Alinea 31 Hoge Raad 30 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4497.

Ten aanzien van het tweede verzoek van [verzoeker] stelt de Hoge Raad voorop dat het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging meebrengt dat een tot de Hoge Raad gericht verzoekschrift moet zijn ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot het eerste verzoek is overwogen, bestaat er geen grond voor een onderzoek van de vraag of in het onderhavige geval een uitzondering op dit beginsel moet worden aangenomen. Dit brengt mee dat [verzoeker] ook in dit verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caa232d8ecb1fd4a8ea044b6aef9c92c01ac5f07ffdc46668dc9e8191dce9de8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caa232d8ecb1fd4a8ea044b6aef9c92c01ac5f07ffdc46668dc9e8191dce9de8, en de alinea staat in dat document op bytes 9598 tot 10169.