Citaat | Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 137 Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4499.
Afgezien van het voorgaande liet [verweerder 3] zich vanaf eind mei/begin juni 1984 al in met de financiële positie van [het bouwbedrijf]. Vanaf 17 april 1984 werden de afschriften van voor [het bouwbedrijf] bestemde bankafschriften ontvangen. Ook heeft [verweerder 3] zich via [betrokkene C] en [verweerder 1] ingelaten met de inning van bepaalde omvangrijke vorderingen van [het bouwbedrijf]. Begin september 1984 heeft [verweerder 1] persoonlijk moeite gedaan een vordering van ƒ 1.500.000,-- op een debiteur van [het bouwbedrijf] te incasseren. Uit door derden eind mei/begin juni 1984 ingewonnen inlichtingen bij de bank bleek dat daar naast [betrokkene A] ook [betrokkene B] als "managing director/partner/proprietor" was vermeld. (rov. 4.9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/298d1a8cb1aca3a6f61ef0de7676901ff7621b3b2b99c7d40ee5cb0b1263996e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 298d1a8cb1aca3a6f61ef0de7676901ff7621b3b2b99c7d40ee5cb0b1263996e, en de alinea staat in dat document op bytes 51611 tot 52373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/298d1a8cb1aca3a6f61ef0de7676901ff7621b3b2b99c7d40ee5cb0b1263996e | shasum -a 256