Citaat | Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 174 Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4499.
5.3.10 In rov. 4.9 heeft het Hof overwogen dat [verweerder 3] de financiële teugels van [het bouwbedrijf] in de hand had, waardoor de laatste in financieel opzicht werd geleid door eerstgenoemde. Het Hof noemt ter motivering van dat oordeel onder A tot en met I een aantal feiten en omstandigheden op (zie ook hiervoor in 5.3.2). In rov. 4.15 overweegt het Hof dat gelet op de financiële afhankelijkheid van [het bouwbedrijf] van [verweerder 3], onderscheidenlijk het toezicht van [verweerder 3] op de financiële gang van zaken bij [het bouwbedrijf], [verweerder 3] had moeten ingrijpen in plaats van onderhanden werken te laten voltooien door [het bouwbedrijf], die de baten daaruit geheel of ten dele zou ontvangen op haar bankrekening die een groot debetsaldo vertoonde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/298d1a8cb1aca3a6f61ef0de7676901ff7621b3b2b99c7d40ee5cb0b1263996e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 298d1a8cb1aca3a6f61ef0de7676901ff7621b3b2b99c7d40ee5cb0b1263996e, en de alinea staat in dat document op bytes 71510 tot 72299.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/298d1a8cb1aca3a6f61ef0de7676901ff7621b3b2b99c7d40ee5cb0b1263996e | shasum -a 256