Citaat | Hoge Raad 21 december 2001
Alinea 68 Hoge Raad 21 december 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4499.
3.2.2 De Rechtbank heeft in het tussenvonnis van 29 juni 1990 overwogen dat [verweerder 3] onder de gegeven (in het vonnis genoemde) omstandigheden haar macht over [het bouwbedrijf] had misbruikt en de crediteuren van [het bouwbedrijf] ten behoeve van zichzelf in de steek had gelaten, alsook dat [verweerder 3] zich in en na de surséance de belangen van de crediteuren niet heeft aangetrokken. De Rechtbank oordeelde dit handelen onrechtmatig; zij wilde nog nadere inlichtingen ontvangen en heeft daartoe een comparitie gelast; in reconventie heeft de Rechtbank iedere beslissing aangehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/298d1a8cb1aca3a6f61ef0de7676901ff7621b3b2b99c7d40ee5cb0b1263996e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 298d1a8cb1aca3a6f61ef0de7676901ff7621b3b2b99c7d40ee5cb0b1263996e, en de alinea staat in dat document op bytes 15753 tot 16361.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/298d1a8cb1aca3a6f61ef0de7676901ff7621b3b2b99c7d40ee5cb0b1263996e | shasum -a 256