Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2001
Alinea 21 Hoge Raad 12 oktober 2001
Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4526.
3.4. Uit het hiervóór in 3.3 vermelde volgt dat de gemeente Amsterdam heeft beoogd door middel van de rioolrechten uiteindelijk al haar rioleringskosten ongeacht de aard daarvan door te berekenen aan de zakelijk gerechtigden ten aanzien van alle objecten (door de heffing van het aansluitrecht) en aan de gebruikers van bepaalde objecten (door de heffing van het afvoerrecht van grote lozers) en wel naar de mate van de werkelijke kosten die voor die zakelijk gerechtigden onderscheidenlijk die gebruikers worden gemaakt, maar dat voor het jaar 1990 ten aanzien van de zakelijk gerechtigden wordt volstaan met doorberekening van de helft van de kosten. Zulks, gevoegd bij de voor het jaar 1990 begrote opbrengst van het aansluitrecht onderscheidenlijk het afvoerrecht, leidt tot de conclusie dat de Notitie rioolrecht ervan uitgaat dat ongeveer eenderde van de totale rioleringskosten inclusief perceptiekosten wordt gemaakt ten behoeve van de grote lozers, welk gedeelte - voor het jaar 1990 geschat op ca. 20 miljoen gulden - in zijn geheel aan de grote lozers wordt doorberekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bac192439e9c51d2fc8da496c1843ec569ae9509eb6725a9d5be2138cc1fb2f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bac192439e9c51d2fc8da496c1843ec569ae9509eb6725a9d5be2138cc1fb2f0, en de alinea staat in dat document op bytes 9116 tot 10213.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bac192439e9c51d2fc8da496c1843ec569ae9509eb6725a9d5be2138cc1fb2f0 | shasum -a 256