Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2001

Alinea 23 Hoge Raad 12 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4526.

3.6. Met het oog op de behandeling door het verwijzingshof verdient nog het volgende opmerking. De gemeente heeft een zekere vrijheid bij de beantwoording van de vraag welk deel van de rioleringskosten zij wil dekken door middel van een eigenaarsheffing en welk deel door middel van een gebruikersheffing. Die vrijheid doet er niet aan af dat de gemeente - met het oog op de toetsing of de geraamde opbrengst van elk van de heffingen niet uitgaat boven de geraamde uitgaven terzake - op controleerbare wijze moet vastleggen welke uitgaven zij in welke mate door elk van de heffingen beoogt te dekken (HR 31 maart 1999, nr. 33427, BNB 1999/221). In een geval als het onderhavige, waarin de gemeente beoogt haar rioleringskosten ongeacht de aard daarvan door te berekenen aan de zakelijk gerechtigden ten aanzien van alle objecten en aan de gebruikers van bepaalde objecten (de grote lozers), komt die plicht van de gemeente erop neer dat zij op controleerbare wijze moet vastleggen in welke mate zij haar rioleringskosten door elk van de heffingen beoogt te dekken en dat zij de uitgaven die zij aldus beoogt te dekken op zodanige wijze moet omschrijven dat duidelijk is dat bepaalde uitgaven niet zowel bij het door het aansluitrecht te dekken gedeelte van de totale rioleringskosten als bij het door het afvoerrecht te dekken gedeelte daarvan in aanmerking worden genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bac192439e9c51d2fc8da496c1843ec569ae9509eb6725a9d5be2138cc1fb2f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bac192439e9c51d2fc8da496c1843ec569ae9509eb6725a9d5be2138cc1fb2f0, en de alinea staat in dat document op bytes 11524 tot 12910.