Citaat | Hoge Raad 13 november 2001

Alinea 26 Hoge Raad 13 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4573.

aannemelijk is geworden dat verdachte bij het aangaan van de overeenkomst op enige wijze aan PSA Financiering Nederland BV heeft kenbaar gemaakt dat zijn voorletters niet waren de voorletters die hij in de door hem geplaatste handtekening opnam. Onder deze omstandigheiden kon, mocht en moest PSA Financiering Nederland BV er op vertrouwen dat zij de leaseovereenkomst is aangegaan met degeen die de handtekening onder de leaseovereenkomst plaatste, te weten de verdachte. Hieruit leidt het hof af dat verdachte de Peugeot als lessee onder zich zich had toen hij zich die auto wederrechtelijk toeëigende."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d9ef4ba1ff2eea66c63b7850265ee1379135495983d081a4461bdbf500ce968. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d9ef4ba1ff2eea66c63b7850265ee1379135495983d081a4461bdbf500ce968, en de alinea staat in dat document op bytes 8926 tot 9545.