Citaat | Hoge Raad 20 november 2001

Alinea 21 Hoge Raad 20 november 2001

Een alinea uit Hoge Raad 20 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4585.

3.2. Aldus oordelend heeft de Rechtbank miskend dat het hier een beslag op de voet van art. 94a Sv betrof, zodat de door haar te hanteren maatstaf niet was of zich al dan niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen gelden verbeurd zal verklaren, maar of zich al dan niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, een geldboete tot minstens die hoogte zal opleggen danwel aan de verdachte de verplichting tot betaling van een geldsbedrag tot minstens die hoogte ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/206ccfafda6ad73103ee5cbe6d3d8ea91e54e5c9962d4f1d7698480e2a153d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 206ccfafda6ad73103ee5cbe6d3d8ea91e54e5c9962d4f1d7698480e2a153d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 6813 tot 7479.