Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2001

Alinea 46 Hoge Raad 19 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4709.

4.2 Het eerste onderdeel strekt ten betoge dat het Hof [eiser] niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn hoger beroep onder meer omdat [eiser] verzuimd heeft om, zoals de rolraadsheer hem had opgedragen, [verweerster] op te roepen tegen de zitting van 6 oktober 1994, althans omdat [eiser] verzuimd heeft om, nadat hem daartoe de gelegenheid was gegeven, [verweerster] met bekwame spoed op te roepen. Dit onderdeel faalt echter, reeds omdat de aan [eiser] toegeschreven verzuimen niet aan de ontvankelijkheid van het hoger beroep in de weg kunnen staan, doch slechts kunnen leiden tot een beslissing over de geldigheid van de oproeping van [verweerster]. Voor zover moet worden aangenomen dat [verweerster] de nietigheid van de dagvaarding heeft ingeroepen, heeft het Hof klaarblijkelijk op de voet van art. 94 Rv. geoordeeld dat [verweerster] door de gang van zaken niet in haar verdediging is benadeeld. Dit oordeel is toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98ea5b23f9d3a1ef37624619cd45d0e529cef4108486372b373554ba61797d06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98ea5b23f9d3a1ef37624619cd45d0e529cef4108486372b373554ba61797d06, en de alinea staat in dat document op bytes 17761 tot 18746.