Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2001

Alinea 48 Hoge Raad 19 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4709.

4.4 De tussen partijen gesloten overeenkomst van verhuur houdt, naar het kennelijke oordeel van het Hof, niet alleen in dat [eiser] de 'Freya' verhuurt aan [verweerster] en [verweerster] daartegenover gehouden is tot betaling van de huurpenningen, doch ook dat de 'Freya' daarbij daadwerkelijk zal worden gebruikt voor het maken van reizen met de 'Roma' (na verbouwing: '[...]'). [Verweerster] was aan [eiser] immers ook een vergoeding per gemaakte reis verschuldigd. De overeenkomst is bovendien, naar het Hof voorshands heeft geoordeeld, gesloten onder een tijdsbepaling. De tussen partijen gesloten overeenkomst zou immers ingaan nadat de 'Roma' een certificaat had gekregen. Het oordeel van het Hof dat [verweerster] de 'Roma' aan [eiser] "ter beschikking moest stellen", moet aldus worden begrepen dat, nu [verweerster] ter zake van het verkrijgen van het certificaat geen enkel voorbehoud had gemaakt, [verweerster] de verplichting op zich had genomen ervoor zorg te dragen, althans zich voldoende in te spannen om te bereiken dat zij dit certificaat binnen een redelijke termijn zou verkrijgen, opdat aan de overeenkomst tussen partijen daadwerkelijk, door het inzetten van de 'Roma', uitvoering gegeven zou kunnen worden. [Eiser] zou immers van zijn kant pas vanaf dit moment aan de overeenkomst uitvoering kunnen geven en recht kunnen doen gelden op betaling van de overeengekomen huurprijs door [verweerster]. [Eiser] heeft klaarblijkelijk aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [verweerster] deze verplichting niet is nagekomen en dat de nakoming ervan definitief onmogelijk is geworden doordat zij ervan heeft afgezien het certificaat te verkrijgen. [Eiser] heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat [verweerster] hem niet (tijdig) op de hoogte heeft gesteld van haar desbetreffende besluit en mede daardoor voor hem schade heeft veroorzaakt. Hetgeen het Hof te dezer zake heeft geoordeeld laat geen andere conclusie toe dan dat [verweerster] zonder dat door [eiser] een ingebrekestelling behoefde te worden uitgebracht, te dier zake in verzuim was. De bestreden oordelen van het Hof zijn, aldus verstaan, juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98ea5b23f9d3a1ef37624619cd45d0e529cef4108486372b373554ba61797d06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98ea5b23f9d3a1ef37624619cd45d0e529cef4108486372b373554ba61797d06, en de alinea staat in dat document op bytes 19060 tot 21208.