Citaat | Hoge Raad 23 oktober 2001

Alinea 29 Hoge Raad 23 oktober 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4727.

Daaraan doet niet af dat de Griffier van de Strafkamer van de Hoge Raad in een brief waarin hij namens de rolrechter aan de raadsman mededeelt dat geen uitstel voor het indienen van middelen wordt verleend, opmerkt dat "als een zaak omvangrijk is, het aan de raadsman vrij staat de middelen kort te formuleren en in een later stadium schriftelijk dan wel mondeling bij pleidooi toe te lichten". Die mededeling betreft immers de hiervoor onder 3.2 genoemde mogelijkheid als voorzien in art. 438, tweede lid (oud), Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14419399b3eaef151faaff585d65d812a014949222ce349c154b9a568ce25be1, en de alinea staat in dat document op bytes 11263 tot 11792.